Overig · Beginner
Ook: side hop sprint, zijwaarts springen en sprinten, hordesprong zijwaarts met sprint
Bij de zijwaartse hop met sprint spring je heen en weer over een pion of lage horde, en sprint je na de laatste sprong een korte afstand weg. Je traint vooral je bovenbenen (quadriceps), met je kuiten, hamstrings en heupspieren als hulp.


Zet een pion of lage horde neer en sta er naast met je voeten op heupbreedte. Je knieën zijn licht gebogen en je blik is naar voren.
Spring zijwaarts over het obstakel met beide voeten tegelijk. Gebruik je armen om te zwaaien.
Land zacht op je voorvoet en kaats direct terug met een kleine grondcontact tijd.
Spring heen en weer voor het afgesproken aantal herhalingen, zo snel als je netjes kunt.
Sprint na de laatste landing een korte afstand van 10 tot 20 meter. Rust daarna volledig uit voor de volgende serie.
Stel je voor dat de grond heet is. Land en kaats meteen weer weg met een korte grondcontact tijd.
Buig je knieën en heupen licht bij elke landing. Dat vangt de klap op en beschermt je gewrichten.
Duw je knieën in lijn met je tenen. Zakken ze naar binnen, verlaag dan de hoogte van het obstakel.
Stop zodra je snelheid zakt. Kwaliteit gaat voor aantal bij plyometrie.
Snelheid
4 tot 6 series van 5 hops plus een sprint van 10 tot 15 meter, 90 seconden rust
Explosiviteit
3 tot 5 series van 6 hops, volledige rust tussen de series
Warming-up
2 series van 4 hops zonder sprint, rustig tempo
De oefening combineert reactieve spierkracht met snelheid. Je leert snel te landen en meteen weer af te zetten, en die kracht gebruik je direct in de sprint. Het is een oefening voor team- en veldsporters die explosief willen worden.
Voor sporters die hun snelheid en wendbaarheid willen trainen, zoals voetballers, hockeyers en basketballers. Heb je knie- of enkelklachten, begin dan met een lage pion.
Sleep de zijwaartse hop met sprint in een schema en je leden zien hem in de app terug, met de uitvoering erbij.
Bekijk trainingsschema’s
Begin laag, ongeveer 15 tot 30 centimeter. Hoger is pas nodig als je snel en stabiel landt zonder dat je knieën inzakken.
Eén tot twee keer per week, met minstens twee dagen rust ertussen. Je spieren en pezen hebben tijd nodig om te herstellen.
Bij een lateral bound spring je van één been naar het andere en blijf je in beweging. Hier spring je met twee voeten over een obstakel en sprint je daarna.
Aan het begin van de training, als je nog fris bent. Plyometrie met vermoeide benen verhoogt de kans op blessures.