Overig · Beginner
Ook: kistsprong met directe afzet, reactieve box jump, sprong op kist en af
Bij een quick leap spring je met beide benen op een kist, landt gebogen en springt direct weer explosief omhoog met je armen boven je hoofd. Je bovenbenen doen het meeste werk, je kuiten en hamstrings helpen mee. Je traint explosiviteit en de veerkracht van spieren en pezen.


Zet een stabiele kist voor je neer, op een hoogte die bij je past. Sta er ongeveer dertig tot zestig centimeter vanaf, voeten op heupbreedte.
Zwaai je armen naar achteren, zak een stukje door je knieën en spring met je heupen explosief op de kist.
Land met beide voeten tegelijk, volledig plat op de kist. Je knieën en heupen zijn gebogen om de klap op te vangen.
Strek direct je hele lichaam en zwaai je armen boven je hoofd om je omhoog te laten schieten.
Land zacht terug op de grond, stap rustig van de kist of terug, en herhaal.
Denk aan een hete plaat. Spring zodra je landt weer omhoog. Pauzes laten het plyometrische effect verdwijnen.
Land met gebogen knieën en heupen om de klap te dempen. Gestrekte benen geven een schok door je knieën.
Kies een hoogte waarbij je netjes en zacht landt. Een lagere kist met meer snelheid is beter dan een hoge kist met slordige landing.
Houd je knieën boven je voeten. Naar binnen zakkende knieën belasten je kniebanden.
Explosiviteit
3 tot 5 sets van 3 tot 5 herhalingen, 90 seconden rust
Techniek leren
3 sets van 5 sprongen op een lage kist, 60 seconden rust
Warming-up voor een krachttraining
2 sets van 3 lichte sprongen
Het verschil met een gewone box jump is de tweede sprong. Je gebruikt de landing als opmaat en laat de grond zo kort mogelijk contact maken. Hij hoort bij plyometrische training en past bij sporters als volleyballers, basketballers en atletiekers. Je hebt een stabiele kist nodig.
Voor sporters met een basis in springen die explosiviteit willen trainen. Heb je knie- of enkelklachten, overleg dan met een professional.
Sleep de quick leap in een schema en je leden zien hem in de app terug, met de uitvoering erbij.
Bekijk trainingsschema’s
Bij een box jump blijf je na de landing even staan. Bij de quick leap spring je meteen weer weg, waardoor je reactiesnelheid traint.
Je bovenbenen doen het meeste werk. Je kuiten en hamstrings helpen mee, en je billen en buik houden je stabiel.
Begin laag, ongeveer dertig tot veertig centimeter. Verhoog pas als je zacht en stil landt.
Een tot twee keer per week is genoeg. Geef je pezen en spieren minstens twee dagen herstel.